U bent hier

Geschiedenis

De kustvlakte zoals die er vandaag uitziet, is het resultaat van een evolutie die duizenden jaren heeft geduurd. Wulpen is een van de oudste nederzettingen op de linkeroever van de IJzer. Het dorp ontstaat omstreeks 961. Vanaf de 11de eeuw start men met de systematische inpoldering van het kustgebied. In de vroege middeleeuwen evolueert de nederzetting tot een vissersdorp. Omstreeks 1120 ontstaat vanuit Wulpen, Oostduinkerke. Nog later volgt Koksijde.

Koksijde

Koksijde - Zeelaan
De Zeelaan in Koksijde
De naam Koksijde komt vanaf 1150 in geschreven documenten voor als ‘Coxhyde’. Voor deze naam zijn er een aantal etymologische verklaringen. De meest gangbare theorie is dat ‘Cox’ verwijst naar de kokkel of hartmossel en ‘Yde’ staat voor ankerplaats of kreek. Pastoor Geerebaert vermeldt in zijn publicatie ‘Geschiedenis van Koksijde’ nog 2 andere theorieën waarbij ‘Kok’ zou verwijzen naar een persoonsnaam ofwel naar een barbaarse volksstam, de Chauci.

Omstreeks 1107 vestigt de kluizenaar Ligerius zich in de duinen van het huidige Koksijde. Al snel krijgt hij heel wat volgelingen, onder hen de latere abt Fulco. Met de steun van het kapittel van Sint-Walburga in Veurne, de Vlaamse graven Willem Clito van Normandië en Diederik van den Elzas, groeit de gemeenschap uit tot een volwaardige abdij. Onder impuls van abt Fulco sluit de kloostergemeenschap Ten Duinen in 1138 aan bij de Orde van Cîteaux.

Idesbaldus van der Gracht leidt de abdij van Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen van 1155 tot 1167. Zijn aandacht gaat vooral naar de economische uitbreiding van de abdij. Onder zijn abbatiaat wordt o.m. de basis gelegd voor de wolhandel met Engeland. Idesbald overlijdt in 1167 en wordt begraven in een loden kist. In 1237 en later in 1623 wordt de kist geopend en blijkt het lichaam van Idesbald telkens ongeschonden. Hierop ontstaat een ware volksdevotie. In 1819 wordt door de laatste Duinheren een kapelletje ter nagedachtenis van Idesbald opgericht met een groot houten kruis. Baaldjes Kruis is één van de belangrijkste bedevaartplaatsen voor de IIslandvaarders van de hele regio. Tot op vandaag is er jaarlijks in de maand april een bedevaart naar Baaldjes Kruis.

Vanaf midden 14de eeuw krijgt de abdij te kampen met allerlei rampen: de Honderdjarige Oorlog (1328-1453), de pest, aanvallen van muitende troepen, dijkbreuken, schulden, inval van de geuzen, vernielingen, brand…

Eind 16de eeuw verlaten de monniken de abdij en vestigen zich in het uithof Ten Bogaerde.

De puinen van de abdij komen onder het zand te liggen. Karel Loppens, hydrobioloog, geograaf en geoloog, slaagt er tijdens het interbellum in om de precieze locatie van de abdij vast te leggen en vanaf 1949 wordt gestart met de opgravingen.

Vanaf de 13de eeuw is er voor het eerst sprake van de Simoenskapel. Ze stond in de Zeelaan, ongeveer ter hoogte van de Helvetiastraat en is tot 1705 de parochiekerk van Koksijde. In dat jaar bouwt pastoor Provoost een nieuw kerkje op de plaats waar nu de Sint-Pieterskerk (1842) staat.

Tot het einde van de 18de eeuw is Koksijde hoofdzakelijk een landbouwdorp met een beperkt aantal vissers.

Vanaf de 19de eeuw vestigen zich heel wat vissers in de duinen. Naast kustvisserij wordt er voor de kabeljauwvangst op IJsland gevaren.

Vanaf 1900 loopt het aantal vissers snel terug. Enkel de garnaalvisserij te paard blijft standhouden.

Eind 19de eeuw, krijgt Koksijde geleidelijk aan vorm als toeristische gemeente. De Zeelaan en andere verbindingswegen worden aangelegd, er komt een Zeebadendienst, de paardentram en in 1886 de stoomtram. Mevrouw Eugénie Terlinck laat het houten Chalet des Bains optrekken en opent het hotel Terlinck in Koksijde. In Sint-Idesbald richt Ernest Bertrand het Chalet Bertrand en later het Hôtel des Dunes op.

In september 1914 barst in de Westhoek het oorlogsgeweld in alle hevigheid los en wordt de Duitse opmars aan de oevers van de IJzer gestopt. Klaslokalen van de gemeenteschool worden ingericht als slaapgelegenheid voor soldaten. Veel kinderen worden naar Franse schoolkolonies gestuurd.

In 1915 wordt nabij de hoeve Ten Bogaerde een vliegveld voor drie smaldelen aangelegd. Het eerste en tweede smaldeel worden in juni 1916 naar de Moeren overgebracht. Het derde volgt in de herfst van 1917.

Zeedijk in Koksijde-bad
Zeedijk in Koksijde-bad
Na Wereldoorlog I neemt Koksijde weer de draad van het dagelijks leven op. Er wordt een toeristische dienst gestart onder leiding van Albert Fastenaekels. Tijdens het interbellum kent het sociaal toerisme opgang dankzij de invoering van betaalde vakantie. Door allerlei organisaties worden vakantiehomes opgericht. Ook op het vlak van infrastructuur is er heel wat evolutie. Er komen nieuwe woonwijken, straten worden aangelegd, er is water en elektriciteit voor iedereen en er wordt een vrijwillige brandweerdienst in het leven geroepen. Sint-Idesbald kan menig kunstenaar en schrijver bekoren; Karel Van de Woestijne, Herman Teirlinck, Willem Elsschot, Paul Delvaux, George Grard… komen er hun vakantie doorbrengen of er permanent wonen.

Wereldoorlog II betekent opnieuw een breuk in de evolutie van zowel Koksijde als Oostduinkerke. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden Koksijde en Oostduinkerke door de Duitse troepen bezet. Alle huizen op de zeedijk worden dichtgemetseld en het strand wordt met prikkeldraad afgezet. Op 9 september 1944 wordt Koksijde door de Canadezen bevrijd.

De wederopbouw na Wereldoorlog II duurt enkele jaren. Er worden wegen en rioleringen aangelegd. Koksijde krijgt in 1951 een treinstation. Er komt een verbindingsweg tussen Koksijde en Sint-Idesbald. Op de wijk Maartenoom wordt een marktplaats aangelegd. Rond de opgravingen van de puinen van de Duinenabdij wordt een museum gebouwd en in 1959 wordt de moderne, schelpvormige Onze-Lieve-Vrouw Ter Duinenkerk gebouwd.

In de eerste fusieronde van 1970 wordt Wulpen bij Oostduinkerke gevoegd en in de tweede fusieronde van 1976 worden Koksijde, Oostduinkerke en Wulpen samengevoegd tot één grote gemeente Koksijde.

Vandaag bepaalt het toerisme een groot deel van het leven in Koksijde. Naast een uitgebreid cultureel aanbod, een uitgestrekt natuurpatrimonium en een goed bewaard bouwkundig erfgoed, heeft Koksijde ook heel wat troeven op het vlak van sport.

Oostduinkerke

Oostduinkerke wordt in de 12de eeuw vanuit Wulpen gesticht. In 1135 is ‘Duna Capella’ (het huidige Oostduinkerke) al een zelfstandige parochie onder het patronaat van de Sint-Niklaasabdij van Veurne. Het gebied dat vanuit Oostduinkerke op de schorren wordt veroverd, strekt zich uit tot aan de IJzermonding. Aan een van de inhammen ontstaat ‘Nieuwe Yde’ dat nu eens bij Nieuwpoort, dan weer bij Oostduinkerke hoort. Door de verzanding van het vloedgat verdwijnt het haventje ‘Nieuwe Yde’.

Oostduinkerke-bad
Oostduinkerke-bad
Oostduinkerke zelf is een landbouwdorp. Vanaf de 18de eeuw vestigen zich enkele niet-landbouwers in de duinen. In 1900 leeft 2/3 van de bevolking van de visvangst. Net als in Koksijde leeft men van de kustvisserij, IJslandvaart en de garnaalvisserij te paard. Om de eindjes aan mekaar te kunnen knopen, bemesten de mensen de magere zandgrond bij hun huisjes met zeesterren om er groenten en vooral ‘dunepatatjes’ te kunnen kweken.

Eind 19de eeuw wordt ook in Oostduinkerke de basis voor het toerisme gelegd. Het Grand Hôtel wordt gebouwd, een paardenkoets verzekert de verbinding tussen de zee en het dorp.

In 1904 wordt in Oostduinkerke een visserijschool gesticht die stand houdt tot in de jaren dertig. Na Wereldoorlog II gaat de visserij volledig teloor. Enkel het garnaalvissen te paard, de trots van Oostduinkerke, blijft bestaan.

In 1875 ziet het gemeentebestuur van Oostduinkerke als een van de eerste kustgemeenten in dat toerisme naast de visserij een belangrijke bron van inkomsten kan zijn. Mede daarom wordt een verbindingsweg aangelegd tussen Oostduinkerke-Dorp en -Bad. Ondertussen komen de eerste villa’s in de duinen. In 1900 wordt het Grand Hôtel des Dunes gebouwd dat later door Honoré Gauquié wordt gekocht.

Garnaalvisser te paard
Garnaalvisser te paard
De twee wereldoorlogen gaan in Oostduinkerke niet onopgemerkt voorbij. Hoewel het dorp in 1914-1918 achter de frontlinie ligt, wordt het flink beschoten. In 1917 wordt de bevolking geëvacueerd en wordt het dorp door de Engelsen bezet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bieden de Engelsen, na de capitulatie op 28 mei 1940, harde weerstand aan de oprukkende Duitse troepen. Veel gebouwen, ook het gemeentehuis worden zwaar getroffen. De kerk brandt volledig uit. Na de oorlog wordt een nieuwe kerk gebouwd tussen dorp en bad.

Tot 1949 behoort Nieuwpoort-Bad toe aan Oostduinkerke.

Voor 1900 was het gemeentehuis gevestigd in de bovenzaal van het Café ‘In de Kroon’. In 1915 wordt het gemeentehuis vernield door een brand en pas in 1928 start de bouw van het nieuwe gemeentehuis.

Na de laatste fusieronde (1976) verhuizen de administratieve diensten naar Koksijde. De dienst Toerisme en het OCMW blijven in het gebouw gevestigd. In 2006 verhuist de dienst Toerisme naar het nieuwe gemeentehuis in Koksijde en enkele jaren later, in 2011, neemt het OCMW zijn intrek in de nieuwe gebouwen aan de Markt van Koksijde.

Het gemeentebestuur beslist om in het oud-gemeentehuis het bedreigde archief van de Heemkring Bachten de Kupe in onder te brengen en het gebouw om te dopen tot Erfgoedhuis Bachten de Kupe. Tal van lokale en zelfs regionale erfgoedverenigingen vinden er vandaag onderdak.

Wulpen

Wulpen heeft waarschijnlijk zijn naam ontleend aan de wulp, een watervogel die talrijk aanwezig is op onze moerassige kust. Volgens etymologen of taalkundigen is Wulpen echter ‘gulpen’ of ‘golpen’, een Saksisch woord, wat betekent een woonplaats op de oever van een zeeinsprong.

Wulpen
Wulpen
Al in 961 wordt Wulpen in geschriften vernoemd. Het patronaatschap over de kerk behoort toe aan de kanunniken van Sint-Walburga van Veurne en later aan de Sint-Niklaasabdij. Vanuit Wulpen ontstaat Booitshoeke. Wulpen speelt een belangrijk rol bij het inpolderen van het kustgebied.

In de 7de eeuw belandt de heilige Willibrordus in Wulpen. Hij zou zijn pelgrimsstok in de grond hebben gestoken en onmiddellijk zou er een bron van helder water zijn ontstaan. Die put bestaat nog altijd en wordt het Willibrordusputje genoemd. Het mirakuleuze water zou pest en koorts weren. Jaarlijks op pinkstermaandag gaat de bedevaart tussen de velden naar de kapel bij het Putje van Willibrordus.

In de 13de eeuw bouwt abt Nicolaas van Belle van de Duinenabdij de monumentale schuur van het uithof Allaertshuizen. Vandaag is nog enkel een stukje van de oorspronkelijke gevel bewaard (gelegen in de Allaertshuizenstraat)

Tijdens Wereldoorlog I wordt Wulpen georganiseerd als kantonnement. In juni 1917 worden alle kinderen en vele inwoners geëvacueerd. Ze vluchten naar Frankrijk.

Vandaag is Wulpen een rustig en poëtisch landbouwdorp.

Bronnen

  • HASQUIN, H., wetenschappelijke leiding, Gemeenten van België, geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, La Renaissance du livre, Brussel, 1980, 1387 pag.
  • BIJNENS, B., Het Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde van toen, Marc van de Wiele pvba, Brugge, 1984, 118 pag.
  • Dorpsraad Wulpen: www.wulpen.be

Westhoek Verbeeldt

WESTHOEK verbeeldt’ is een regionale beeldbank met bedreigd particulier beeldmateriaal over en in de Westhoek, dat samen met vrijwilligers wordt opgespoord, bewaard en ontsloten. Daarnaast wordt ook actief samengewerkt met heemkundige kringen en andere organisaties om ook hun beeldarchief via de website te ontsluiten.

Beeldmateriaal uit Koksijde? Kijk op de website van Westhoek verbeeldt